Brief aan de Eerste Kamer ivm Strafbaarstelling

Meerdere leden van de coalitie tegen strafbaarstelling ondertekenden onderstaande brief aan Eerste Kamer-leden.


Geachte leden van de Eerste kamer, commissie Immigratie en Asiel

Op 15 november zal in de Commissie Immigratie van de Eerste Kamer het wetsvoorstel over de Terugkeerrichtlijn (kst 32420) aan de orde komen.
Al eerder lieten wij de Tweede Kamer onze argumenten toekomen tegen dit wetsvoorstel. Die informatie treft u hierbij aan. Aanvullend willen wij nog ingaan op de rechtmatigheid, effectiviteit, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de wetgeving.

De wet is niet rechtmatig
Eurocommissaris Malmström heeft er diverse malen op gewezen dat het systematisch bestraffen van migranten zonder verblijfsvergunning in strijd is met de Terugkeerrichtlijn. Deze is immers gericht op terugkeer, terwijl bestraffing juist terugkeer kan belemmeren. Migranten zonder verblijfsvergunning die zich melden voor terugkeer zullen ófwel geconfronteerd worden met een hoge boete die zij niet kunnen betalen, ófwel zij zullen eerst vervangende hechtenis moeten uitzitten. Dat zal migranten weerhouden om zich voor vrijwillige terugkeer te melden. Weliswaar stelt Minister Leers dat detentie zal worden opgeheven zodra er feitelijke mogelijkheden zijn voor vertrek, maar dat is in het wetsvoorstel niet geregeld.

De wet is niet effectief
Het wetsvoorstel wordt gepresenteerd als een sanctie op het niet-naleven van een terugkeerbesluit vanuit de veronderstelling dat daardoor terugkeer wordt bevorderd. De gekozen sanctie zal echter in meerderheid niet leiden tot alsnog naleving van de wetgeving, maar tot verdere marginalisering van de doelgroep. Onderzoek (oa dissertaties van Leerkes 2007, Schoevers 2011) wijst uit dat het marginaliseren van migranten zonder verblijfsvergunning leidt tot een toename van uitbuiting en overlast en minder gebruik van beschikbare zorg. Deze wetgeving zal daarom naar verwachting niet tot het beoogde effect leiden, maar wel ongewenste neveneffecten met zich meebrengen.

De wet is onuitvoerbaar en brengt bij stipte naleving hoge kosten met zich mee
Migranten zonder verblijfsvergunning leiden een onzichtbaar bestaan, en zijn moeilijk te traceren. Zij hebben geen identiteitsdocumenten, geen vast adres om boete-besluiten naar toe te sturen, zij hebben geen bankrekening om boetes te innen. De moeite die het kost om de boetes te innen, zal in geen verhouding staan tot het beoogde doel.

De wet is niet handhaafbaar.
Als alle 12.000 migranten zonder verblijfsvergunning die door de VreemdelingenPolitie jaarlijks worden aangetroffen beboet zullen worden, is een veelheid aan politiecapaciteit nodig. Als zij bovendien gaan procederen over hun boete, is extra capaciteit bij de rechterlijke macht nodig. Als alle 4.000 migranten zonder verblijfsvergunning die jaarlijks uit vreemdelingenbewaring worden ontslagen vanwege gebrek aan zicht op uitzetting, ook vervangende hechtenis krijgen, zal ook de capaciteit van de vreemdelingenbewaring enorm moeten toenemen. Volgens onze berekeningen gaat dit bijna 200 miljoen kosten. Geld wat er niet is en waarvan de besteding niet het gewenste effect sorteert.

Tot slot willen wij erop wijzen dat feitelijk barmhartigheid strafbaar wordt gemaakt. Weliswaar stelt de minister dat het zonder verblijfsvergunning in Nederland verkeren een overtreding is en dus het helpen van zo iemand niet strafbaar, maar als iemand 2 keer in Nederland is aangetroffen kan hij ongewenstverklaard worden, waarna verblijf wel als een misdrijf geldt. Dan is dus de hulp ook strafbaar.

Wij hopen dat u deze argumenten meeneemt bij de behandeling van het wetsvoorstel.

Hoogachtend,

Rian Ederveen, Stichting LOS
Petra Schultz, ASKV Steunpunt Vluchtelingen
prof v Kalmthout, UvT
Corinne de Klerk, Binnenstad Advocaten
Marijke Bijl, OKIA
Carla van Os, DCI
Kristel Ashra, Cordaid
Connie van den Broek, St ROS
Willem-Jan van Wijk, Vluchtelingen in de Knel
Paul The, SKIN-kerken
Malou Villanueva, AHRU
Yasmine Soraya, IMWU


« terug

 

Delen | print deze pagina